023 7 600 600 info@nieuwgroenendaal.nl

Prikkelverwerking wordt ook wel sensorische informatieverwerking genoemd. Wanneer deze informatieverwerking niet goed verloopt, kan zich dit op allerlei manieren uiten. Bij kinderen kan dit leiden tot problemen. Birgitte Strijbis is bij ons gespecialiseerd in het behandelen van kinderen met prikkelverwerkingsproblemen.

Zintuiglijk Activatie Programma

Kinderen met  deze problemen kunnen worden aangemeld bij Birgitte Strijbis. Na aanmelding zal zij eerst bekijken wat er precies aan de hand is. Er zullen testen en observaties worden gedaan en ouders zullen meestal ook gevraagd worden een lijst in te vullen. Desgewenst kunnen ook de school of andere hulpverleners bij de behandeling worden betrokken.

In de therapie wordt veel gebruik gemaakt van spelmateriaal dat de verwerking van zintuiglijke informatie stimuleert. Er wordt gekeken op welke gebieden problemen bestaan en welke zintuiginformatie juist gestimuleerd of beperkt moet worden. Er kan samen met ouders en kind gekeken worden welk ‘Zintuiglijk Activiteiten Programma (ZAP)’ voor het kind zinvol is, zodat hij of zij ook thuis kan profiteren van een andere benadering. 

Bij ons is Birgitte Strijbis gespecialiseerd in sensorische informatieverwerking. Voor meer informatie kun je met haar contact opnemen via email, birgitte.strijbis@nieuwgroenendaal.nl.

Kinderen kunnen ontwikkelingsproblemen, leerproblemen en gedragsproblemen krijgen als de sensorische informatieverwerking niet goed verloopt. Hieronder een aantal voorbeelden.

Modulatieproblemen

Voorbeeld: Als een kind tastprikkels te sterk ervaart, kan een goedbedoelde aai over de bol als pijnlijk worden ervaren. Het kind wordt boos, en schopt, slaat of scheldt. Bij onvoldoende ervaring van tastprikkels reageert het kind juist niet adequaat. Een kind heeft dan niet in de gaten dat hij een vies gezicht heeft, vieze handen of vieze kleren. Voorbeeld: Bij een te sterk ervaren van beweging- en balansprikkels, is een kind continu bang om zijn evenwicht te verliezen. Als gevolg hiervan gaat een kind beweging zoveel mogelijk uit de weg. Zo zal hij zijn voeten het liefst op de grond houden. Bij onvoldoende ervaring merkt het kind juist niet dat hij bewogen wordt, of dat hij valt. Het kind reageert dan te laat: het heeft onvoldoende opvangreactie bij het vallen.

Discriminatieproblemen

Voorbeeld: Een kind met sensorische discriminatieproblemen is tv aan het kijken, en zijn moeder roept vanuit de keuken dat hij de tv moet uitzetten. Het kind hoort de stem van zijn moeder net zo hard als het geluid van de televisie, als de tikkende klok en de voorbij rijdende auto’s. Het kind herkent de stem van zijn moeder daarom niet als de belangrijkste prikkel. Gevolg: hij laat de tv aan staan, ondanks goed werkende oren en de wil om te luisteren.

Sensomotorische problemen

Voorbeeld: Een kind met sensomotorische problemen is onhandig met bijvoorbeeld gymnastiek. Hoewel alle spieren het goed doen en het kind gewoon diepte kan zien, botst het tegen toestellen aan en zien bewegingen er slordig uit. Het kind kan de informatie van de ogen (waar staat het toestel?) niet goed koppelen aan de informatie van het evenwichtsorgaan (hoe bevind ik me in de ruimte?). Daarom lukt het niet de beweging goed en doelgericht uit te voeren.